|
|
ZEEPAARDJE Hippocampus ramulosus


Voedsel:
De snuit is verlengd en het zeepaardje kan met zijn kleine bek
maar hele kleine prooien pakken. Die worden met een soort zuigbeweging naar
binnen getrokken. Voornamelijk zijn dit kleine kreeftachtigen en vislarven.
Voortplanting:
De paaitijd is in het late voorjaar en de zomer. De eieren worden door het
vrouwtje in de broedbuidel van het mannetje gedeponeerd en komen daar na 3 tot 5
weken uit. Ze zijndan 1,5 cm lang. Daarna blijven ze nog een tijdje in de
broedbuidel, die slechts een kleine opening naar buiten heeft.

Leefgebied:
Over het algemeen niet dieper dan 10 m, tussen wieren en in zeegrasvelden.
Verspreiding:
Van de Britse Eilanden tot Noordwest-Afrika, de Canarische Eilanden, Madeira en
de Azoren; in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. In de Noordzee alleen als
dwaalgast in de zomer. Overigens is het zeepaardje de laatste jaren wel wat
vaker waargenomen in de Oosterschelde.
