|
|
Vissen
Alle bekende soorten vissen, zo'n 25.000, leven in het water. Ze zijn koudbloedig gewervelde dieren en ademen door kieuwen en zwemmen met vinnen. In tegenstelling tot de zoogdieren, reptielen en amfibieën, bestaan de vissen uit drie klassen die zich duidelijk van elkaar onderscheiden: de kaaklozen, de kraakbeenvissen en de beenvissen.
Kaaklozen
Kaaklozen zijn de oudste vissen. Het zijn de laatste gewervelden
overlevenden die op aarde leefden. Ze hebben onder ander schubben en geen
kaken. Ze zijn ongeveer 300 miljoen jaar geleden ontstaan, tegenwoordig
bestaat er nog één orde.
De
kaakloze vissen of
Agnatha vormen een groep
binnen de Chordata. Ze worden vaak onderscheiden van de andere, 'echte'
vissen. De huidig bestaande soorten behoren alle tot de ondergroep der
rondbekken (Cyclostomata).
Het skelet van de Rondbekken bestaat uit kraakbeen, het naakte ronde lichaam
heeft geen gepaarde ledematen en de huid heeft geen schubben. Men verdeelt
ze wel in slijmprikken en prikken (lampreien), met ca. 40 soorten.
In
de traditionele taxonomie vormden de Agnatha een superklasse, en de
rondbekken een klasse. In modernere verdelingen staan de prikken en
slijmprikken echter verder van elkaar af. Een belangrijk verschil is dat de
echte prikken een schedel hebben, en de slijmprikken niet. Er wordt daarom
wel gesteld dat de echte prikken nauwer verwant zijn aan de echte vissen dan
aan de slijmprikken.
De Agnatha vormen momenteel slechts een kleine groep, maar dat is in het
geologische verleden wel anders geweest. Gedurende het Ordovicium en het
Siluur beleefde de groep haar grootste bloei. Kaakloze vissen uit deze
periode hadden vaak een uitwendig pantser.
Kraakbeenvissen
De eerste kraakbeenvissen hebben zich ongeveer 100 miljoen later dan de kaaklozen ontwikkeld. Het waren de voorouders van de haai, een zeeroofdier. Het skelet bestaat uit kraakbeen, iets dat op stijve gelatine lijkt en minder hard is dan been. Het lichaam is bedekt met harde schubben. Kraakbeenvissen missen een orgaan dat de meeste beenvissen wel hebben, de met gas gevulde zwemblaas, die ervoor zorgt dat de vis makkelijker kan voortbewegen.
Beenvissen
Beenvissen hebben zich op hetzelfde moment als de kraakbeenvissen ontwikkeld. Ze bezitten een skelet uit beenderen en zijn de grootste en bekendste klasse van de vissen.
|
|
BOTERVIS Pholis gunnellus | |
|
|
GROTE ZEENAALD Syngnathus acsus Linnaeus |
|
![]() |
HARNASMANNETJE Agonus cataphractus | |
![]() |
PITVIS Callionymus lyra Linnaeus | |
![]() |
PUITAAL Zoarces viviparus | |
![]() |
RODE POON Trigla lucarna | |
|
SNOTOLF Cyclopterus lumpus Linnaeus |
||
|
|
STEENBOLK Trisopterus luscus | |
| VIJFDRADIGE MEUN Ciliata mustela | ||
|
|
ZEEDONDERPAD Myoxocephalus scorpius | |
|
|
ZWARTE GRONDEL Gobius niger | |
|
|
ZWARTOOGLIPVIS Crenilabrus melops | |