|
|
BROODSPONS Halichondria panicea

Beschrijving:
Dit is een zeer variabele soort. Hij vormt lagen over de
ondergrond van verschillende diktes en kan korte rechtopgaande buisjes vormen.
De uitstroomopeningen zijn meestal goed zichtbaar, vaak op verhogingen in het
weefsel of op de top van genoemde rechtopgaande buisjes. Kleur: grijzig, geel-
en oranjebruin in dieper water, bruingroen tot heldergroen op plaatsen met veel
licht (h_panice.tif).
Dat laatste komt niet door het eten van groene algen (sponzen eten over het
algemeen alleen heel kleine deeltjes, zoals bacteriën en microalgen), maar door
de aanwezigheid van algjes in het sponsweefsel. Die algjes leven in symbiose met
de spons: ze gebruiken het licht om organische voedingsstoffen te maken en die
heeft de spons nu juist nodig. Het voordeel voor de algjes is niet helemaal
duidelijk, of het moet bescherming en stabiliteit zijn. De naam van de algjes:
zoöxanthellen. Net zo'n samenleving als je wel in koralen vindt. Als je de spons
boven water haalt, geeft hij een sterke carbidgeur af. De structuur van het
weefsel is tamelijk rubberachtig, maar geeft niet zoveel mee als die van de
sliertige broodspons (Halichondria
bowerbanki ): deze kan breken.
Er wordt veel onderzoek gedaan naar de groeivormen van deze soort. Het is al
gebleken, dat er verbanden zijn aan te geven tussen de licht- en
stromingsomstandigheden waarin de spons leeft en de manier waarop hij groeit.
Maar ook de plaatselijke structuur van de ondergrond heeft veel invloed.

Leefgebied:
Van zeer laag in het
intergetijdengebied
tot zeker 600 m diep. Op rotsen, wieren en andere dieren, zoals de kokers van
kokerwormen of oesters. De massievere groeivormen komen alleen voor in het
diepere water. Zo konden op scheepswrakken in de Noordzee kussens vastgesteld
worden van tientallen centimeters dikte.
Verspreiding:
Van Noorwegen en de Oostzee langs alle Europese kusten tot in de Middellandse
Zee. Langs de Amerikaanse oostkust van de poolzee tot Cape Cod en aan de
westkust van Alaska tot Zuid-Californië.